Het ondernemersbloed in mijn lijf heb ik te danken aan mijn opa en oma die in de jaren ’70 hun ateliertje hebben uitgebouwd tot een imperium van 9 kledingwinkels. 

Mijn opa vond het prachtig toen ik op mijn 14e in jeugdaandelen handelde (was iets van de Postbank), want hij kon zelf ook zo heerlijk de krant uitspitten naar de beste beursstanden. Niet veel later gaf hij me een boek over rasondernemer Harry Mens. Nu ik er zo aan terugdenk, zal mijn leraar Nederlands vreemd hebben opgekeken toen ik die titel op mijn 15e op mijn boekenlijst zette. 

Helaas overleed mijn opa toen ik 16 was, waardoor ik hem nooit écht heb gesproken over het ondernemerschap.

 

‘Uw financiering is afgewezen’

Ik was begin twintig toen ik mijn eerste bedrijf oprichtte. Om mijn bedrijf in kinderfeestjes meteen stevig neer te zetten, had ik een financiering bij de bank aangevraagd om te investeren in de materialen en professionaliteit van het bedrijf. 

Per ommegaande werd mijn aanvraag afgewezen. Maar ik kon wel een persoonlijk krediet van duizend euro krijgen als ik per se geld nodig had.

In het bijzijn van mijn oma barstte ik in tranen uit. ‘Hoe kan ik nou ondernemen zonder geld?!’

Daar reageerde ze heel nuchter op: ‘Och, wij begonnen ook in een klein atelier met slechts 1 naaimachine hoor. Wij hadden ook niet van de ene op de andere dag meteen een winkelketen. Dat duurt heel lang en daar moet je geduld voor hebben. Wij hebben alles zelf betaald, geen enkele lening nodig gehad. Dat moet je ook niet willen.’

 

Boerenverstand uit Amsterdam

Waarschijnlijk heb ik het van haar, die ontnuchterende adviezen aan ondernemers. En hoewel ik die nuchterheid in mij nu profileer als boerenverstand (ik ben een dorpse), kwamen mijn opa en oma uit de Randstad. Voornamelijk uit Amsterdam. 

Ze waren kind tijdens de crisisjaren ’30 en waren puber tijdens de oorlog. Het heeft hen waarschijnlijk allebei gevormd tot die realistische ondernemers die groot durfden te denken zónder droomkastelen voor zich te zien.

Als iets te mooi klinkt om waar te zijn, weten zij al dat je er niet in moet trappen.

 

‘Wil je een bedrijf? Je mag dat van ons hebben!’

Jaren later, ik loop tegen de 30 en krijg op mijn werk een aanbod dat me aan het denken zet. De eigenaars van het bedrijf waar ik werk hebben nog een BV. Het is een klein bedrijfje waarvan de corebusiness een sterfhuisconstructie blijkt te zijn. Eigenlijk is de BV een lege huls. 

Maar ja, de eigenaars zijn ondernemers in hart en nieren en zien diezelfde energie ook in mij. Ik krijg het voorstel om in die BV te stappen en er zelf iets leuks van te maken. 

‘Wil je iets anders voor dezelfde klanten blijven doen, dan kan dat. Maar als jij er bijvoorbeeld een autogarage van wil maken, mag dat ook! Wij geven jou de BV, faciliteren het, dan mag jij jouw ondernemersdroom waar gaan maken.’

 

‘Oma? Ik heb je hulp nodig’

Ik was overdonderd. Onder de indruk van hun vertrouwen in mij. Trots dat ze dat talent in mij zagen, want wat keek ik juist tegen hen op qua ondernemersdrive. Maar ergens knaagde er iets. 

Dus belde ik oma.

Ik legde haar de situatie voor en al snel hoorde ik haar nuchtere advies waar ik zo naar snakte: ‘Oh nee, dit voelt inderdaad niet goed. Ik vertrouw het niet, daarvoor klinkt het allemaal te mooi. En weet je Joyce? Als jij wil ondernemen, dan komt dat vanzelf wel. Als de tijd rijp is, maar dat is niet nu.’

 

Als de tijd daar is

Nu is de tijd wel rijp. Ik ben ondernemer, net zoals mijn opa en oma. Ik denk groots en nuchter, net zoals mijn opa en oma. Ben aan het groeien en moet nadenken over dingen als personeel. Wat zou ik graag met haar daarover praten, want ik weet dat zij die weg eerder heeft bewandeld.

In september ging ik bij mijn oma op afscheidsbezoek. Haar tijd was bijna gekomen, ze was op.

Ik schreef niet lang daarna deze blog, mijn meest dierbare ooit, zodat ik haar dit nog mee kon geven. Hoeveel ze heeft betekend in mijn leven. Na een langer ziekbed dan verwacht, is ze twee weken geleden overleden.

Waar ik lang dacht dat mijn opa, de keiharde zakenman, mijn grote voorbeeld was, realiseer ik me nu pas dat zij mijn échte voorbeeld is geweest. Zij was niet alleen die nuchtere ondernemer, maar ook de matriarch van de familie. De warme, wijze vrouw die iedereen samenbracht. 

 

Gr. Joyce

Wikipedia: ‘Vaak is de matriarch de oudste vrouw in een groot-familie. Haar autoriteit over de andere leden van de groep, alswel omgekeerd het vertrouwen in haar van de andere leden, is groot. Dit heeft vaak te maken met haar levenswijsheid en praktische vaardigheden en inzichten met betrekking tot bijvoorbeeld het verkrijgen en vervaardigen van voedsel en het opvoeden van de kinderen.’